ECLI:NL:HR:2010:BK9651
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsanering met schone lei ook bij ontbreken tekortkoming schuldenaar
In deze zaak ging het om de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van een schone lei aan verzoekers. De rechtbank 's-Hertogenbosch had de schuldsanering beëindigd zonder schone lei, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde het vonnis voor één verzoeker en stelde vast dat deze niet toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling.
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het hof. De kernvraag was of de beëindiging van de schuldsanering met schone lei alleen kan plaatsvinden indien vaststaat dat de schuldenaar niet tekort is geschoten, of ook indien een dergelijke vaststelling ontbreekt.
De Hoge Raad oordeelde dat de beëindiging met schone lei niet afhankelijk is van een vaststelling dat de schuldenaar niet tekort is geschoten. Dit betekent dat de regeling ook kan worden beëindigd met schone lei als niet is vastgesteld dat de schuldenaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee het arrest van het hof stand hield.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat beëindiging van schuldsanering met schone lei ook kan plaatsvinden zonder vaststelling van tekortkoming.