ECLI:NL:HR:2010:BL1713
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en verwerping noodweerexces
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor het opzettelijk doden van een slachtoffer door middel van een messteek in de rug.
Het hof had geoordeeld dat het beroep op noodweerexces niet aannemelijk was omdat de verdachte nooit had gemeld dat het slachtoffer met een steen in de hand op hem afkwam, en dit ook niet uit het onderzoek bleek. De Hoge Raad vond dit oordeel niet onbegrijpelijk en verwierp het middel dat dit betwistte.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf van tien jaar werd verminderd tot negen jaar en elf maanden.
Verder werd het verzuim hersteld dat de wettelijke voorschriften waarop de strafoplegging berustte niet volledig waren vermeld. De zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
De Hoge Raad bevestigde hiermee de strafbaarheid van de verdachte en wees het beroep op noodweerexces af, terwijl de straf werd verminderd vanwege de termijnoverschrijding.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot negen jaar en elf maanden en het beroep op noodweerexces werd verworpen.