ECLI:NL:HR:2010:BL3274
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid minister tot weigering vervroegde aflossing Postbankleningen volgens Postbankwet
Deze zaak betreft de uitleg van artikel 5 lid 1 van Pro de Postbankwet, waarin de minister van Financiën de bevoegdheid heeft om vervroegde aflossing van leningen aan de Postbank te weigeren. De Postbank, later gefuseerd met ING Bank, verzocht om vervroegde aflossing à pari vanwege een gunstige marktrente en afnemende behoefte aan de leningen. De minister weigerde dit, stellende dat aflossing à pari voor de Staat financieel niet verantwoord was.
De Postbank stelde dat de minister zijn bevoegdheid onrechtmatig had uitgeoefend door deze te gebruiken voor andere belangen dan waarvoor deze was gegeven, en dat de beslissing onvoldoende was gemotiveerd. Zowel de rechtbank als het hof wezen deze vorderingen af. Het hof oordeelde dat de minister niet beperkt is tot het voorkomen van rente-mismatch, maar ook de zakelijke belangen van de Staat mag meewegen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van de Postbank af. De minister mag bij de uitoefening van zijn bevoegdheid ook de zakelijke belangen van de Staat behartigen. De klachten van de Postbank falen, mede omdat motiveringsklachten in cassatie niet met succes kunnen worden aangevoerd tegen een feitelijke belangenafweging. De Hoge Raad veroordeelt ING Bank N.V. in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de minister bevoegd is vervroegde aflossing te weigeren met het oog op zakelijke belangen van de Staat en wijst het cassatieberoep af.