ECLI:NL:HR:2010:BL3585
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt onbevoegdverklaring hof bij belastingaanslag hoger beroep
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2005 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar door de inspecteur werd verhoogd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag tot het bedrag na ambtshalve vermindering. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het hof, dat zich echter onbevoegd verklaarde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte onbevoegd was, omdat hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank inzake belastingaanslagen op grond van artikel 27h lid 1 Awr wel mogelijk is. De Hoge Raad vernietigt daarom het hofuitspraak en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat belanghebbende het hoger beroep niet had ingesteld om het aanslagbedrag verder te verlagen, maar om een geschil over een onderbewindstelling en bankrekening te beslechten, wat niet binnen de bestuursrechtelijke procedure valt.
De Hoge Raad wijst erop dat geschillen over onderbewindstelling en bankrekening uitsluitend door de burgerlijke rechter kunnen worden behandeld. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de onbevoegdverklaring van het hof wordt vernietigd.