ECLI:NL:HR:2010:BL3587

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00604
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 287 RvNA
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid derdenverzet in Antillenzaak

In deze zaak stond de ontvankelijkheid van derdenverzet ex art. 287 RvNA Pro centraal binnen een procedure die speelde bij de gerechtelijke instanties van de Nederlandse Antillen. De eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen een eerder vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, waarbij het oordeel is gebaseerd op art. 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De klachten die door de eiser werden aangevoerd, konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De advocaat-generaal had eveneens geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad veroordeelde de eiser in de kosten van het geding in cassatie, terwijl de verweerster geen kosten werd toegekend.

Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

19 maart 2010
Eerste Kamer
08/00604
EE/SV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
1. het vonnis in de zaak AR 920/2006 van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 26 februari 2007,
2. het vonnis in de zaak AR 920/06 - H 184/07 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 13 november 2007.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft op 12 februari 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 maart 2010.