ECLI:NL:HR:2010:BL4317
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ouderentoeslag en ouderenkorting bij buitenlands belastingplichtigen
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de vraag of een buitenlands belastingplichtige recht heeft op de ouderentoeslag in box 3 en op de ouderenkorting en aanvullende ouderenkorting in de Nederlandse inkomstenbelasting. Belanghebbende, een Nederlandse nationaliteit dragende persoon die sinds 1993 in België woont en in 2001 een Nederlandse AOW-uitkering ontving, had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Het Hof had geoordeeld dat de ouderentoeslag en de ouderenkorting persoonlijke aftrekken zijn zoals bedoeld in artikel 25, paragraaf 3, van het Belastingverdrag Nederland-België. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad oordeelde dat deze toeslagen en kortingen geen persoonlijke aftrekken zijn in de zin van het verdrag, omdat zij niet voortvloeien uit rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichtingen en lasten.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond, dat van de Staatssecretaris gegrond, vernietigde het hofarrest en verklaarde het beroep tegen de aanslag ongegrond. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak bevestigt de uitleg van het belastingverdrag en de toepassing van de Wet IB 2001 in situaties van buitenlands belastingplichtigen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de aanslag wordt afgewezen.