ECLI:NL:HR:2010:BL5262
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onvoorwaardelijk recht op pensioenindexering volgens Haviltex-maatstaf
De zaak betreft een geschil tussen Halliburton B.V. en een gewezen werknemer over de uitleg van een pensioenovereenkomst inzake indexering. De werknemer stelde dat hij recht had op onvoorwaardelijke indexering van zijn pensioen, terwijl Halliburton betoogde dat de indexering voorwaardelijk was, afhankelijk van extra renteopbrengsten van de pensioenverzekeraar.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de brief van 9 juni 1994, waarin de pensioenwijzigingen werden aangekondigd, redelijkerwijs de betekenis van een onvoorwaardelijke indexering toekwam. Het hof had geoordeeld dat het niet-reageren van de werknemer op latere pensioenbrochures en documenten geen instemming met een voorwaardelijke indexering impliceerde.
De Hoge Raad verwierp de klachten van Halliburton over de uitleg van de brief en de toepassing van de Haviltex-maatstaf, en oordeelde dat het hof alle relevante omstandigheden in aanmerking had genomen. Ook de positie van de werknemer als lid van het Management Team bracht volgens het hof geen verplichting tot navraag over voorwaarden met zich mee.
Uiteindelijk werd het beroep van Halliburton verworpen en werd bevestigd dat de werknemer recht heeft op onvoorwaardelijke pensioenindexering vanaf het moment van beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de pensioenindexering onvoorwaardelijk is en wijst het cassatieberoep van Halliburton af.