ECLI:NL:HR:2010:BL5416
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Geen afwaardering vordering in jaarrekening ondanks faillissement schuldenaar
In deze zaak stond centraal of een vordering op een vennootschap die failliet was verklaard vóór de datum van vaststelling van de jaarrekening, tot nihil moest worden afgewaardeerd. Eiseres, aandeelhoudster van de vennootschap, had gevorderd dat de jaarrekening over 2001 opnieuw zou worden ingericht met een afwaardering van de vordering op de failliete schuldenaar.
De Ondernemingskamer had deze vordering afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat verhaal van de vordering in redelijkheid was uitgesloten. Dit oordeel was gebaseerd op een rechterlijke uitspraak waarin een voormalig bestuurder aansprakelijk werd gesteld voor het tekort in het faillissement, en op feiten die reeds vóór de vaststelling van de jaarrekening aanhangig waren.
De Hoge Raad oordeelde dat de Ondernemingskamer terecht betekenis had toegekend aan deze feiten en omstandigheden en dat er geen schending was van artikel 2:362 lid 6 BW Pro of het voorzichtigheidsbeginsel uit artikel 2:384 lid 2 BW Pro. De vordering behoefde daarom niet tot nihil te worden afgewaardeerd. Het cassatieberoep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vordering niet tot nihil behoefde te worden afgewaardeerd.