ECLI:NL:HR:2010:BL5656
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatige geuridentificatieproef bij gewelddadige diefstal
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank Amsterdam uit 2005, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor gewelddadige diefstal en medeplegen van opzetheling.
De herzieningsaanvraag is gebaseerd op de ontdekking dat de geuridentificatieproef, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, onregelmatigheden vertoonde doordat de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde van de geurdragers, waardoor de betrouwbaarheid van deze proef in twijfel wordt getrokken.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel de geuridentificatieproef onregelmatig is uitgevoerd en het resultaat daarvan niet als betrouwbaar kan worden beschouwd, het overige bewijsmateriaal, zoals de herkenning bij een meervoudige fotoconfrontatie en verklaringen van getuigen, voldoende aannemelijk maakt dat de aanvrager de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.
Daarom is er geen ernstig vermoeden dat de rechtbank de aanvrager anders zou hebben beoordeeld zonder het bewijsmiddel van de geurproef. De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat het overige bewijs voldoende was voor veroordeling ondanks onregelmatige geuridentificatieproef.