ECLI:NL:HR:2010:BL6182
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opheffing voorlopige voorziening in enquêteprocedure wegens tegenstrijdig belang bestuurders
In deze zaak stond de opheffing van een voorlopige voorziening in een enquêteprocedure centraal, waarbij sprake was van een vermeend tegenstrijdig belang van bestuurders van een besloten vennootschap. De verzoekster tot cassatie, SAS, had beroep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Amsterdam die de voorlopige voorziening had opgeheven.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instantie naar de beschikking van het hof van 10 december 2008 en behandelt het cassatieberoep op basis van de ingediende conclusies en reacties. De klachten van SAS in het cassatiemiddel worden door de Hoge Raad niet gegrond bevonden en leiden niet tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en veroordeelt SAS in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 16 april 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de voorlopige voorziening in de enquêteprocedure blijft opgeheven.