ECLI:NL:HR:2010:BL6271

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01571
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:37 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in onrechtmatige daad beroepsbeoefenaar

Eiseres heeft cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage dat een geschil betrof over de vraag of sprake was van een onrechtmatige daad door een beroepsbeoefenaar en de toepasselijkheid van de ontvangsttheorie onder artikel 3:37 lid 3 BW Pro.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Dordrecht en het arrest van het hof, die aan het arrest gehecht zijn. De verweerders hebben geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal heeft eveneens geadviseerd het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is, mede vanwege artikel 81 RO Pro. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

De uitspraak is gedaan door de raadsheren A. Hammerstein (voorzitter), O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

7 mei 2010
Eerste Kamer
09/01571
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
kantoorhoudende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff,
2. [Verweerder 2],
kantoorhoudende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: B.T.M. van der Wiel.
Eiseres tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en verweerders, ieder afzonderlijk, als [verweerder 1] en [verweerder 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 55353 HAZA 04-2518 van de rechtbank Dordrecht van 17 november 2004, 30 november 2005 en 29 maart 2006,
b. het arrest in de zaak 105.004.840/01 (rolnummer 06/628) van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 december 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder 1] en [verweerder 2] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder 2] mede door mr. M.P.M. Martens, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro. De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 9 maart 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] begroot op € 1.256,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van [verweerder 2] begroot op € 1.256,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 mei 2010.