ECLI:NL:HR:2010:BL6724
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet vermelden van art. 266 Sr in strafzaak diefstal met geweld en belediging agent
Op 20 mei 2006 heeft verdachte te Spaarndam 12 blikjes bier weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, gevolgd door geweld tegen het slachtoffer om vlucht te kunnen maken. Het geweld bestond uit een kopstoot en het strak trekken van de stropdas waardoor het slachtoffer ademnood kreeg.
Daarnaast heeft verdachte op dezelfde dag een agent beledigd met de woorden 'kankerhoer' en 'vieze buitenlander' tijdens diens rechtmatige uitoefening van het politiewerk. Het hof heeft in het arrest van 29 april 2008 de verdachte veroordeeld, maar heeft verzuimd art. 266 Sr Pro te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend voor dit formele gebrek en voegt art. 266 Sr Pro toe als toepasselijk wettelijk voorschrift. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat art. 310 Sr Pro niet vermeld hoeft te worden indien de veroordeling is gebaseerd op art. 311 Sr Pro, en bevestigt daarmee eerdere jurisprudentie.
Het arrest is gewezen door de vice-president van Dorst, en raadsheren de Hullu en Groos, en uitgesproken op 20 april 2010.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens het niet vermelden van art. 266 Sr als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust, en het beroep wordt voor het overige verworpen.