ECLI:NL:HR:2010:BL6754
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen cocaïnehandel en vervoer
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van het bewerken, verwerken, verkopen en vervoeren van circa 8 kilogram cocaïne. Het hof had vastgesteld dat verdachte samen met een medeverdachte gedurende een periode in een woning verbleef waar cocaïne werd bewerkt en verwerkt.
Uit afgeluisterde telefoongesprekken, observaties en NFI-onderzoek bleek dat verdachte en zijn medeverdachte nauw samenwerkten bij de drugshandel. Verdachte betaalde onder meer talkpoeder, een bekend versnijdingsmiddel, en was aanwezig bij het ophalen van de drugs. De cocaïne werd in de auto van de medeverdachte aangetroffen, waarin verdachte als passagier zat.
Verdediging voerde aan dat verdachte geen wetenschap had van de cocaïne, maar het hof oordeelde dat de omstandigheden en verklaringen van verdachte zelf, waaronder een onjuiste verklaring aan de politie, het tegendeel bewezen. De Hoge Raad concludeerde dat het hof de bewezenverklaring voldoende had gemotiveerd en verwierp het cassatieberoep, waardoor het arrest van het hof bleef staan.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen cocaïnehandel en vervoer en verwerpt cassatieberoep.