ECLI:NL:HR:2010:BL7044

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04172
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROVerdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, Rome, 19-06-1980Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt stilzwijgende rechtskeuze Duits recht bij arbeidsovereenkomst

In deze zaak stond de vraag centraal welk recht van toepassing is op een arbeidsovereenkomst waarbij sprake is van een stilzwijgende rechtskeuze. De feiten betreffen een geschil tussen eiser en verweerster, waarbij het hof te 's-Hertogenbosch eerder oordeelde dat Duits recht van toepassing is.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest bevestigt daarmee de geldigheid van een stilzwijgende rechtskeuze voor Duits recht in het kader van het Verdrag van Rome 1980 betreffende het toepasselijke recht op verbintenissen uit overeenkomst. De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het geding, maar deze werden nihil begroot aan de zijde van verweerster.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

7 mei 2010
Eerste Kamer
08/04172
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 346543 04/4239 van de kantonrechter te Eindhoven van 14 juli 2005, 26 januari 2006 en 27 april 2006,
b. het arrest in de zaak HD 103.003.860 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 april 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 mei 2010.