ECLI:NL:HR:2010:BL7047
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechter bij vaststelling partneralimentatie en invloed van (wan)gedrag
In deze zaak stond de vraag centraal of de rechter bevoegd is om bij de vaststelling van partneralimentatie rekening te houden met het (wan)gedrag van de alimentatiegerechtigde. De man had cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof, waarin het hof de alimentatieverplichting had vastgesteld zonder rekening te houden met een zelfmoordpoging van de vrouw, die letsel had opgelopen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere instanties en bevestigt dat het (wan)gedrag van de alimentatiegerechtigde meegewogen kan worden bij de vaststelling van de alimentatie. Echter, de nihilstelling van alimentatie wegens een zelfmoordpoging met letsel wordt niet aanvaard als een limitering van de alimentatieplicht.
Het cassatiemiddel faalt wegens het ontbreken van een feitelijke grondslag voor een andere beslissing. De Hoge Raad verwerpt zowel het principale als het incidentele cassatieberoep en bevestigt daarmee de beslissingen van de lagere instanties.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat een zelfmoordpoging met letsel geen reden is voor nihilstelling van partneralimentatie.