ECLI:NL:HR:2010:BL7268
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigde waardering lidmaatschap vereniging van eigenaars in box 3
Belanghebbende was eigenaar van een appartement en een parkeerplaats binnen een appartementencomplex en lid van de vereniging van eigenaars (VvE). Voor het jaar 2004 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij het aandeel in het eigen vermogen van de VvE werd meegenomen in box 3 als een aparte bezitting. De rechtbank en het hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden deze behandeling.
In cassatie werd overwogen dat het lidmaatschap van de VvE en het appartementsrecht verschillende juridische rechten zijn. Het lidmaatschap van de VvE kan niet worden aangemerkt als een onderdeel van de eigen woning in box 1, maar moet worden gezien als een vermogensrecht dat in box 3 wordt belast. Dit volgt ook uit de waarderingsregels van de Wet WOZ, waarbij de onderhoudsreserve van de VvE niet wordt meegenomen in de waarde van het appartement.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het aandeel in het eigen vermogen van de VvE als een afzonderlijke bezitting in box 3 moet worden belast. Dit zorgt voor een gelijke behandeling ten opzichte van eigenaren die zelf reserves aanleggen voor toekomstig onderhoud.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; het lidmaatschap van de vereniging van eigenaars behoort tot de rendementsgrondslag van box 3.