ECLI:NL:HR:2010:BL7678
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze zaak is door de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden, behalve dat de strafduur moet worden verminderd.
De verdachte zat in voorlopige hechtenis en de Hoge Raad constateerde dat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaar tot vier jaar en zes maanden.
Het overige van het beroep werd verworpen en de Hoge Raad bevestigde het arrest van het hof, behoudens de strafvermindering. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij tevens een waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vier jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.