ECLI:NL:HR:2010:BL7688
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik videobeelden ondanks ontbreken vordering ex art. 126nd Sv
In deze strafzaak stond de vraag centraal of videobeelden, verkregen zonder een formele vordering van de officier van justitie zoals voorgeschreven in artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering, als bewijs mochten worden gebruikt. De verdachte werd ervan verdacht geld te hebben gestolen van een bejaarde vrouw die hij onder het mom van thuiszorg begeleidde.
De verdediging betoogde dat de beelden onrechtmatig waren verkregen omdat de politie zonder de vereiste vordering aan de supermarkt had gevraagd de beelden op een CD te branden, waarna deze werden in beslag genomen. Volgens de verdediging moesten de beelden en alle daaruit voortvloeiende bewijsstukken worden uitgesloten.
De Hoge Raad bevestigde dat het verzoek van de politie om de beelden te verkrijgen inderdaad een vordering van de officier van justitie had moeten zijn, conform artikel 126nd Sv en de Wet bescherming persoonsgegevens. Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat de schending niet van dien aard was dat bewijsuitsluiting gerechtvaardigd was, mede omdat de verdachte bekend had en de beelden vrijwillig waren afgegeven door de supermarkt op verzoek van de politie.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en benadrukte dat bewijsuitsluiting slechts aan de orde is bij ernstige schendingen van strafvorderlijke voorschriften of rechtsbeginselen. De redelijke termijn was overschreden, maar gezien de lichte straf was er geen aanleiding tot rechtsgevolgen. Het beroep van de verdachte werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat de videobeelden ondanks ontbreken van een formele vordering als bewijs mogen worden gebruikt.