ECLI:NL:HR:2010:BL7977
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling douanerechten voor groepagezendingen met te verwaarlozen waarde
Deze zaak betreft de toepassing van artikel 27 van Pro Verordening (EEG) nr. 918/83 inzake douanevrijstellingen voor groepagezendingen. Belanghebbende, Har Vaessen Douane Service B.V., voerde aan dat de pakketten niet rechtstreeks aan de klant waren gezonden en dat de vrijstelling niet van toepassing was.
De Hoge Raad verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van 2 juli 2009 (Har Vaessen Douane Service B.V., C-7/08) waarin werd vastgesteld dat groepagezendingen waarvan de totale intrinsieke waarde de limiet overschrijdt, maar waarvan elk pakket afzonderlijk een te verwaarlozen waarde heeft, vrijgesteld kunnen worden van invoerrechten mits elk pakket individueel geadresseerd is aan een ontvanger binnen de Europese Gemeenschap.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de pakketten niet rechtstreeks aan de klanten zijn gezonden. De pakketten waren voorzien van de adresgegevens van de klanten en via een distributiecentrum afgeleverd. Er was geen sprake van misbruik van recht of andere douaneregelingen voorafgaand aan het vrije verkeer.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof en de uitnodigingen tot betaling van douanerechten, en veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de vrijstelling van douanerechten voor groepagezendingen met individuele pakketten van te verwaarlozen waarde.