ECLI:NL:HR:2010:BL8759
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens ontvankelijkheid en niet tijdig indienen schriftuur
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. Het geschil draait om de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) in hoger beroep, specifiek de toepassing van artikel 416 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv). Deze bepaling verleent de rechter de discretionaire bevoegdheid om het OM niet-ontvankelijk te verklaren indien geen schriftuur met grieven is ingediend, of indien deze niet tijdig of juist is ingediend.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel over de ontvankelijkheid van het OM niet onjuist of onbegrijpelijk heeft gegeven. De middelen van cassatie die door verdachte zijn voorgesteld, kunnen niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (RO) is geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het arrest van het hof. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 1 juni 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens ontvankelijkheid van het OM ondanks niet tijdig of juist ingediende schriftuur.