ECLI:NL:HR:2010:BL9116

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01465 A
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 SvArt. 1 Cassatieregeling NA en ArubaArt. 32 SrNAArt. 441 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
8 uitgaand · 12 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid cassatieberoep ondanks ontbreken verklaring op formulier Gemeenschappelijk Hof NA en Aruba

In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Het geschil betrof de ontvankelijkheid van het beroep omdat het formulier dat door de griffie ter ondertekening werd voorgelegd, niet de vereiste verklaring bevatte zoals voorgeschreven in art. 450 lid 1 sub a Sv Pro, welke bepaling overeenkomstig van toepassing is op het Gemeenschappelijk Hof.

De Hoge Raad overwoog dat de ondertekenaar, ook indien advocaat, erop mocht vertrouwen dat het formulier geen fataal gebrek bevat en dat door ondertekening het rechtsmiddel rechtsgeldig werd ingesteld. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (HR NJ 1988, 849). Hierdoor werd het beroep ontvankelijk verklaard.

Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte niet art. 32 SrNA Pro als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust vermeldde. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak daarom voor dat onderdeel en voegde art. 32 SrNA Pro toe als wettelijk voorschrift.

Voor het overige verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep, omdat de overige middelen niet tot cassatie konden leiden. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken op 1 juni 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep is ontvankelijk verklaard en de uitspraak vernietigd voor het ontbreken van art. 32 SrNA als wettelijk voorschrift, dat is toegevoegd.

Uitspraak

1 juni 2010
Strafkamer
Nr. 09/01465 A
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 26 maart 2009, nummer H-16/2009, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende op [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Tot de stukken van het geding behoort een formulier dat het volgende inhoudt:
"Op heden de 2de april 2009 verscheen voor mij, Substituut-Griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, de persoon:
Mr. R.J. Essed, raadsman van [verdachte] wonende op [woonplaats], die verklaart cassatie in te stellen tegen het vonnis op 26 maart 2009 uitgesproken door voormeld Hof in de zaak van het Openbaar Ministerie bij dat Hof tegen [verdachte] voornoemd als verdachte.
Ten blijke waarvan is opgemaakt deze akte, door de comparant en mij, Griffier getekend ten dage hierboven genoemd."
2.2. Dit formulier wordt klaarblijkelijk door de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba ter (mede)ondertekening voorgelegd aan degene die beroep in cassatie wenst in te stellen tegen een uitspraak. Dit formulier bevat niet de verklaring als bedoeld in art. 450, eerste lid aanhef en onder a, Sv, welke bepaling op de voet van art. 1 Cassatieregeling Pro voor de Nederlandse Antillen en Aruba van overeenkomstige toepassing is op het aanwenden van rechtsmiddelen tegen uitspraken van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Aangezien het formulier wordt gebezigd en ter ondertekening wordt aangeboden door een justitiële autoriteit, mag de ondertekenaar - ook wanneer deze advocaat is - erop vertrouwen dat het geen later fataal blijkende fouten of leemten bevat en dat door de ondertekening en inlevering ook het beoogde doel, te weten: het rechtsgeldig instellen van het rechtsmiddel wordt bereikt (vgl. HR 22 maart 1988, NJ 1988, 849).
2.3. De verdachte is derhalve ontvankelijk in het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van het vijfde middel
3.1. Het middel bevat onder meer de klacht dat het Hof in de bestreden uitspraak ten onrechte niet art. 32 SrNA Pro heeft vermeld als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging berust.
3.2. De klacht is terecht voorgesteld. Ingevolge art. 441 Sv Pro zal de Hoge Raad doen wat het Hof had behoren te doen.
4. Beoordeling van de middelen voor het overige
De middelen kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin niet art. 32 SrNA Pro als wettelijk voorschrift waarop de oplegging van de straf mede berust is vermeld;
vermeldt als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust art. 32 SrNA Pro;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 1 juni 2010.