ECLI:NL:HR:2010:BL9117
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad vernietigt uitsluitend het onderdeel van de strafoplegging dat betrekking heeft op de duur van de gevangenisstraf. De straf wordt verminderd van negen jaren naar acht jaren en zeven maanden.
De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat deze niet leiden tot cassatie en geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd in een penitentiaire inrichting.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, aangezien meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een ambtshalve vermindering van de straf. De uitspraak wordt gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 22 juni 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot acht jaren en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.