ECLI:NL:HR:2010:BM0276
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen
Op 1 juni 2010 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte had beroep in cassatie ingesteld, vertegenwoordigd door een advocaat die een schriftuur met middelen indiende. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het hof.
De Hoge Raad beoordeelde echter dat de schriftuur geen middelen bevatte zoals in de wet vereist, namelijk een stellige en duidelijke klacht over schending van rechtsregels of vormvoorschriften. Bovendien was de schriftuur niet tijdig ingediend binnen de wettelijke termijn door een raadsman, zoals voorgeschreven in art. 437, tweede lid, Sv.
Daarom verklaarde de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld vanwege procedurele tekortkomingen. De zaak zal niet door de Hoge Raad worden behandeld, en de eerdere uitspraak blijft in stand tenzij het hof anders beslist bij hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen door een raadsman.