ECLI:NL:HR:2010:BM0387
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling methode premiedifferentiatie WAO voor kleine werkgevers volgens Wfsv en Besluit Wfsv
Belanghebbende, een kleine werkgever, ontving van het UWV een mededeling over de voor 2006 geldende gedifferentieerde WAO-premie, gebaseerd op een korting die mede rekening houdt met indirecte uitkeringslasten van niet meer bestaande kleine werkgevers in dezelfde sector. Het bezwaar van belanghebbende tegen deze methode werd door het UWV, de Rechtbank Breda en het Hof te 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard.
In cassatie stelde belanghebbende dat de toegepaste methode in strijd was met artikel 37 van Pro de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). De Hoge Raad onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van het bezwaar, maar liet deze vraag open vanwege proceseconomische overwegingen.
De Hoge Raad oordeelde dat de methode van premiedifferentiatie, waarbij indirecte uitkeringslasten van niet meer bestaande kleine werkgevers worden toegerekend aan de sector, binnen de grenzen van de delegatiebepaling in artikel 37, lid 2, Wfsv valt en niet strijdig is met algemene rechtsbeginselen. Het cassatieberoep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de premiedifferentiatiemethode voor kleine werkgevers.