ECLI:NL:HR:2010:BM0469
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Verenigbaarheid van navorderingsaanslag met EG-recht bij buitenlandse tegoeden
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over meerdere jaren in de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, inclusief verhogingen en boeten. Na bezwaar en beroep werden verschillende uitspraken gedaan door de Rechtbank en het Hof, waarbij het Hof onder meer volledige kwijtschelding verleende voor bepaalde jaren.
In cassatie stelde belanghebbende dat de toepassing van de twaalfjarige navorderingstermijn uit artikel 16, lid 4, AWR in strijd was met het EG-recht, met name de artikelen 49 en 56 EG. De Hoge Raad bevestigde dat een langere navorderingstermijn voor buitenlandse tegoeden niet in strijd is met het EG-recht, mits de termijn niet verder wordt overschreden dan redelijkerwijs noodzakelijk is voor het verkrijgen van inlichtingen en het voorbereiden van de aanslag.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof voor zover daarin de navorderingsaanslagen in stand werden gelaten zonder toetsing aan deze criteria en verwees de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van griffierecht en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.