ECLI:NL:HR:2010:BM0797
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslag en rechthebbendheid bij teruggave heftruck en bulldozer
In deze zaak gaat het om een beklag tegen het beslag op een heftruck en bulldozer die onder klager in beslag zijn genomen. De officier van justitie heeft aangegeven dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet vordert en dat de goederen aan derden, respectievelijk bedrijf X en bedrijf Y, teruggegeven kunnen worden. De rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard, omdat zij oordeelde dat klager onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij als rechthebbende kon worden aangemerkt.
Klager stelde dat hij de goederen te goeder trouw had gekocht en dat hij als enig eigenaar moest worden beschouwd. De rechtbank oordeelde echter dat klager als handelaar handelde en daardoor geen civielrechtelijke bescherming genoot, waardoor hij niet als rechthebbende kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad stelt dat bij een beklag ex art. 94 Sv Pro de rechter eerst moet beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vereist. Indien dit niet het geval is, moet de teruggave aan de beslagene worden gelast, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende moet worden aangemerkt. De rechtbank heeft onjuist geoordeeld door een andere maatstaf toe te passen bij de beoordeling van de rechthebbendheid van klager.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor herbehandeling en afdoening op het bestaande klaagschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak voor herbehandeling naar het gerechtshof.