ECLI:NL:HR:2010:BM0909
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn
In deze cassatiezaak heeft de Hoge Raad het beroep van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 weken. De advocaat van de verdachte stelde middelen van cassatie voor, terwijl de Advocaat-Generaal het beroep adviseerde te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan vermindert de Hoge Raad ambtshalve de duur van de opgelegde gevangenisstraf van 48 weken naar 45 weken. Voor het overige wordt het beroep verworpen en blijft de bestreden uitspraak in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 13 juli 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 48 naar 45 weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.