ECLI:NL:HR:2010:BM0930

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04190
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 353 SvArt. 9a SrArt. 94 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken beslissing over inbeslaggenomen goederen

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 13 juli 2010 arrest gewezen over een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2008. De verdachte had beroep ingesteld tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof in strijd met artikel 353, eerste lid, Sv geen beslissing had genomen over de inbeslaggenomen goederen, zoals telefoons, geld en handschoenen. Dit is een vereiste beslissing bij oplegging van straf of maatregel.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, maar de Hoge Raad vond het middel gegrond. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor zover het geen beslissing bevatte over de inbeslaggenomen goederen en de strafoplegging. De zaak werd terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening van deze punten.

De Hoge Raad oordeelde verder dat er geen reden was om het arrest ambtshalve te vernietigen op andere gronden. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een beslissing over de inbeslaggenomen goederen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

13 juli 2010
Strafkamer
nr. 08/04190
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 28 maart 2008, nummer 23/003440-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. B.P. de Boer en mr. A.J. van der Velden, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. Mr. B.P. de Boer, voornoemd, heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing heeft genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen.
2.2. Art. 353, eerste lid, Sv luidt:
"In het geval van toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, van oplegging van straf of maatregel, van vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging neemt de rechtbank een beslissing over de met toepassing van artikel 94 inbeslaggenomen Pro voorwerpen ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven. Deze beslissing laat ieders rechten ten aanzien van het voorwerp onverlet."
2.3. Bij de stukken van het geding bevindt zich de ter terechtzitting in hoger beroep gedane vordering van de Advocaat-Generaal bij het Hof, inhoudende voor zover hier van belang:
"dat het (de) inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp(en) zal (zullen) worden verbeurdverklaard: telefoons, geld en handschoenenteruggegeven aan s.o.: samsung telefoon."
2.4. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing in ten aanzien van deze inbeslaggenomen goederen. Het middel klaagt hierover terecht.
3. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin geen beslissing is genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen alsmede wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 13 juli 2010.