ECLI:NL:HR:2010:BM1688
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat voor niet tijdig stuiten verjaring dividenduitkering faillissementsaansprakelijkheid
In deze zaak staat de vraag centraal wanneer de verjaringstermijn begint te lopen voor een vordering van bestuurders tegen hun adviseur wegens onjuist advies over een dividenduitkering die heeft geleid tot bestuurdersaansprakelijkheid voor een faillissementstekort. De curator had bestuurders aansprakelijk gesteld op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur vanwege het dividendbesluit. De bestuurders stelden dat hun rechtsvordering tegen de adviseur, Ernst & Young, niet was verjaard omdat de rechter nog niet had beslist over hun aansprakelijkheid.
De Hoge Raad bevestigt dat de verjaringstermijn aanvangt op de datum waarop de curator de bestuurders dagvaardde, namelijk 11 december 1997, omdat zij toen voldoende zekerheid hadden dat zij schade zouden lijden en dat de adviseur aansprakelijk kon zijn. Het is niet vereist dat de juridische beoordeling definitief is of dat de schade al daadwerkelijk is ontstaan. De advocaat van de bestuurders heeft nagelaten de verjaring te stuiten, waardoor hij aansprakelijk is voor de schade die de bestuurders daardoor hebben geleden.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het niet-deponeren van jaarstukken als onbehoorlijk bestuur niet het condicio sine qua non-verband met de fout van Ernst & Young doorbreekt. Ook het verweer dat Ernst & Young zou hebben gewaarschuwd voor de risico's van het dividendbesluit faalt, omdat het hof aannam dat het advies tot het dividendbesluit zelf al onzorgvuldig was. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van de advocaat.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van de advocaat voor het niet tijdig stuiten van de verjaring.