ECLI:NL:HR:2010:BM1921
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake belastingaanslag en verzet
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2004 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Het bezwaar tegen deze aanslag werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende ging in beroep bij de Rechtbank, die het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk verklaarde op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Belanghebbende deed verzet tegen deze uitspraak. De Rechtbank verklaarde het verzet gegrond, maar verklaarde het beroep opnieuw niet-ontvankelijk. Belanghebbende wendde zich vervolgens tot de Hoge Raad met een beroepschrift tegen beide uitspraken van de Rechtbank.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep in cassatie tegen de uitspraak waarbij het verzet werd gegrond verklaard niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen belang heeft bij het cassatieberoep tegen deze uitspraak. Het beroepschrift werd echter aangemerkt als verzetschrift tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en werd doorgezonden naar de Rechtbank ter verdere behandeling.
De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en maakte zijn arrest openbaar op 23 april 2010.
Uitkomst: Beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard en beroepschrift aangemerkt als verzetschrift en doorgezonden naar de Rechtbank.