ECLI:NL:HR:2010:BM2329
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Ongerechtvaardigde verrijking door ontbinding huurovereenkomst wegens tekortschieten verhuurder
De zaak betreft een geschil tussen Proav, een overheidsbedrijf, en AVA, een afvalverwerkingsbedrijf, over de gevolgen van de ontbinding van een huurovereenkomst. De huurovereenkomst voorzag in een jaarlijkse huurprijs inclusief een compensatie voor verliezen geleden door AVA in een samenwerkingsverband. Na ontbinding wegens tekortschieten van AVA als verhuurder, stelde AVA dat Proav een bedrag van ƒ 1.500.000,-- aan haar verschuldigd was.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat Proav ongerechtvaardigd was verrijkt doordat zij na ontbinding niet meer gehouden was tot betaling van de verliescompensatie, terwijl AVA deze niet ontving. Het hof wees een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking toe, ondanks het tekortschieten van AVA.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. De Hoge Raad bevestigde dat art. 6:277 BW Pro niet in de weg staat aan een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking na ontbinding en dat de verrijking van Proav ongerechtvaardigd kan zijn ondanks de gerechtvaardigde ontbinding. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte geen aandacht had besteed aan de vraag of Proav in verzuim was met de betaling van wettelijke rente.
De Hoge Raad wees de kosten van het cassatiegeding aan AVA toe en benadrukte dat de zaak nader moet worden behandeld door het hof.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.