ECLI:NL:HR:2010:BM2409

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04964
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt berekening schadevergoeding op basis van wettelijke rente

In deze zaak stond de vraag centraal of de schadevergoeding die voortvloeit uit het stellen van een garantie berekend moet worden op basis van de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dan wel op basis van het percentage van de rendementsheffing in de inkomstenbelasting.

De zaak betrof een geschil tussen [eiser], wonende te een woonplaats, en Emmaplein Real Estate B.V., gevestigd te Groningen. Het geding in feitelijke instanties omvatte vonnissen van de rechtbank Groningen en een arrest van het gerechtshof te Leeuwarden. Tegen het arrest van het hof werd cassatie ingesteld door [eiser].

De Hoge Raad concludeerde dat de klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden en dat er geen aanleiding was om rechtsvragen te beantwoorden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad volgde.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, van Schendel en Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 25 juni 2010. De Hoge Raad veroordeelde [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van Emmaplein op nihil werden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en schadevergoeding wordt berekend aan de hand van de wettelijke rente.

Uitspraak

25 juni 2010
Eerste Kamer
08/04964
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
EMMAPLEIN REAL ESTATE B.V.,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Emmaplein.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 81376/HA ZA 05-722 van de rechtbank Groningen van 26 oktober 2005 en 19 april 2006,
b. het arrest in de zaak 107.001.134/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 9 september 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Emmaplein is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Emmaplein begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 juni 2010.