ECLI:NL:HR:2010:BM2447
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie wegens onrechtmatig verkregen bewijs
Op 1 juni 2010 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 juni 2008. Het beroep betrof de vraag of sprake was van onrechtmatig verkregen bewijs. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee werd het beroep van verdachte verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.