ECLI:NL:HR:2010:BM3341
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad behandelt cassatieberoep tegen uitspraak rechtbank inzake naheffingsaanslag loonbelasting
De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem van 9 maart 2009. Deze uitspraak ging over het verzet van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag in de loonbelasting en premie volksverzekeringen, inclusief een daarbij gegeven boetebeschikking.
Het cassatieberoep is ingediend bij de Hoge Raad, die op 7 mei 2010 uitspraak heeft gedaan. De Hoge Raad heeft het beroep afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), wat inhoudt dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of niet in behandeling is genomen vanwege procedurele redenen.
De uitspraak bevestigt daarmee de rechtsgeldigheid van de eerdere uitspraak van de rechtbank en de opgelegde naheffingsaanslag en boete. De procedure betreft bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke aspecten, waarbij de Hoge Raad zich beperkt heeft tot de beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de uitspraak van de rechtbank en de naheffingsaanslag met boetebeschikking in stand blijven.