ECLI:NL:HR:2010:BM3868
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Huurkoopovereenkomst aandelenlease kwalificatie en nietigheid echtgenote
In deze zaak stond centraal of een aandelenlease-overeenkomst, genaamd 'Winstverdriedubbelaar', moet worden gekwalificeerd als koop op afbetaling en dus als een huurkoopovereenkomst. De echtgenote van de koper had op grond van artikel 1:88 lid 1 onder Pro d BW de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen.
De rechtbank verwierp het beroep op nietigheid en wees de vordering van de bank af. Het hof oordeelde echter dat de overeenkomst geen koop op afbetaling was, zodat de nietigheid niet kon worden ingeroepen. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam.
De Hoge Raad stelde vast dat de koper door de voorwaardelijke inschrijving van de aandelen op zijn naam het genot van de aandelen kreeg, wat als aflevering in de zin van artikel 7A:1576h BW moet worden gezien. Ook al werden dividenden verrekend met premies, dit deed niet af aan het genot. Daarmee kwalificeert de overeenkomst als huurkoop.
De Hoge Raad veroordeelde Dexia in de kosten van het cassatiegeding en benadrukte dat het oordeel van het hof een onjuiste rechtsopvatting bevatte door het genot van de aandelen niet als aflevering te erkennen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.