ECLI:NL:HR:2010:BM3891
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onrechtmatige bekrachtiging van rechtshandeling vóór oprichting vennootschap
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van een bestuurder centraal die een rechtshandeling heeft bekrachtigd die vóór de oprichting van de vennootschap is verricht. De vraag is of de bestuurder aansprakelijk is op grond van onrechtmatige bekrachtiging, nu hij ten tijde van de bekrachtiging wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de vennootschap haar verplichtingen uit die rechtshandeling niet zou kunnen nakomen.
De zaak kwam na eerdere procedures bij de rechtbank Groningen en het gerechtshof Leeuwarden, waarvan de uitspraken aan het arrest zijn gehecht. Eiser stelde zich in cassatie op het standpunt dat de aansprakelijkheid niet toekomt, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de aansprakelijkheid van de bestuurder en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door raadsheren van de Hoge Raad op 9 juli 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de aansprakelijkheid van de bestuurder wordt bevestigd.