ECLI:NL:HR:2010:BM3919

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02510
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens tekortschieten bewindvoerder jegens saniet

In deze zaak stond de vraag centraal of de bewindvoerder tekort was geschoten jegens de saniet. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het eindarrest van het gerechtshof Amsterdam, dat eerder het geschil tussen partijen had behandeld.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van rechtbank en hof, waarbij het geschil over de tekortkoming van de bewindvoerder in het kader van het verbintenissenrecht werd behandeld. Verweerder was in cassatie verstek verleend en de zaak is toegelicht door de advocaat van eiser.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van eiser schriftelijk had gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Hammerstein, de Savornin Lohman, Asser en uitgesproken door Numann op 9 juli 2010. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

9 juli 2010
Eerste Kamer
09/02510
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
[woonplaats]
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 113086/HA ZA 05-714 van de rechtbank Haarlem van 15 maart 2006;
b. het tussenarrest in de zaak 958/06 van het gerechtshof te Amsterdam van 4 januari 2007;
c. de arresten in de zaak 106005060 van het gerechtshof te Amsterdam van 15 mei 2008 (tussenarrest) en 3 februari 2009 (eindarrest);
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft op 21 mei 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.