ECLI:NL:HR:2010:BM3958
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in schietincident Deventer
De zaak betreft een schietincident op 22 maart 2007 in Deventer waarbij verdachte werd beschuldigd van een poging tot doodslag op het slachtoffer. Het hof verklaarde verdachte schuldig op basis van getuigenverklaringen, waaronder die van het slachtoffer, ondanks tegenstrijdigheden en twijfel over de betrouwbaarheid van de verklaringen. De verdediging voerde aan dat het slachtoffer niet de schutter was en verzocht om het slachtoffer als getuige te horen, wat het hof niet expliciet heeft beslist.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het verzoek om het slachtoffer als getuige te horen niet expliciet hoefde te worden beslist omdat het hof het bewijs van de identiteit van de schutter niet op de betwiste gedeelten van de verklaring van het slachtoffer baseerde. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden doordat de cassatiefase meer dan zestien maanden duurde.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verminderde de gevangenisstraf van zes jaar met zes maanden tot vijf jaar en acht maanden. Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen, waarmee de bewezenverklaring en overige beslissingen van het hof in stand bleven.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, overige beslissingen blijven in stand.