ECLI:NL:HR:2010:BM3971
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onbegrijpelijke verstekverlening bij detentie verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hof oordeelde dat verdachte ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep niet gedetineerd was. Dit oordeel baseerde het hof op een formulier waarin stond dat verdachte niet was gedetineerd. Echter bleek uit hetzelfde formulier dat verdachte drie dagen vóór en op de dag van de terechtzitting wel degelijk gedetineerd was.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor hernieuwde behandeling. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet begrijpelijk was en dat de verstekverlening onterecht was, omdat verdachte niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, zodat het hoger beroep opnieuw op het bestaande dossier kan worden berecht en afgedaan. Hiermee wordt gewaarborgd dat de rechten van verdachte worden gerespecteerd en dat het proces rechtvaardig verloopt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onbegrijpelijke verstekverlening.