ECLI:NL:HR:2010:BM3976
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Geen hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst zonder doorbrekingsgrond
In deze zaak stond de vraag centraal of tegen een beslissing tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:685 BW Pro hoger beroep mogelijk is. De rechtbank 's-Gravenhage had de arbeidsovereenkomst ontbonden en het gerechtshof te 's-Gravenhage had deze beslissing bevestigd. Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 7:685 BW Pro geen hoger beroep openstaat tegen een ontbindingsbeslissing, tenzij sprake is van een bijzondere doorbrekingsgrond. In deze zaak was een dergelijke doorbrekingsgrond niet gesteld of gebleken. De in het middel aangevoerde klachten konden daarom niet tot cassatie leiden.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de rechtsregel dat het hoger beroep tegen ontbinding van een arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:685 BW Pro in beginsel is uitgesloten, wat rechtszekerheid bevordert in arbeidsrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen vanwege het ontbreken van een doorbrekingsgrond voor hoger beroep tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.