ECLI:NL:HR:2010:BM3976

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02229
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst zonder doorbrekingsgrond

In deze zaak stond de vraag centraal of tegen een beslissing tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:685 BW Pro hoger beroep mogelijk is. De rechtbank 's-Gravenhage had de arbeidsovereenkomst ontbonden en het gerechtshof te 's-Gravenhage had deze beslissing bevestigd. Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 7:685 BW Pro geen hoger beroep openstaat tegen een ontbindingsbeslissing, tenzij sprake is van een bijzondere doorbrekingsgrond. In deze zaak was een dergelijke doorbrekingsgrond niet gesteld of gebleken. De in het middel aangevoerde klachten konden daarom niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de rechtsregel dat het hoger beroep tegen ontbinding van een arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:685 BW Pro in beginsel is uitgesloten, wat rechtszekerheid bevordert in arbeidsrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen vanwege het ontbreken van een doorbrekingsgrond voor hoger beroep tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

9 juli 2010
Eerste Kamer
09/02229
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
B.V. HILLEGOMSE TRANSPORT ONDERNEMING,
gevestigd te Hillegom,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A. de Groot.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en HTO.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 685288/EJ VERZ 07-83027 van de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, van 24 augustus 2007.
b. de beschikking in de zaak 105.012.233/01 rekestnummer R07-1669 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 maart 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
HTO heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [verzoeker] heeft op 21 mei 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HTO begroot op € 358,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.