ECLI:NL:HR:2010:BM4092

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04809 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, ingesteld tegen de betrokkene. Het Gerechtshof te Leeuwarden had eerder een uitspraak gedaan, waartegen betrokkene cassatieberoep instelde bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de ingebrachte middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Hoewel de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, achtte de Hoge Raad dit geen reden om het beroep anders te behandelen. De overschrijding werd erkend, maar de compensatie hiervoor kan worden toegepast in de hoofdzaak. De Hoge Raad volstaat met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden zonder verdere rechtsgevolgen te verbinden.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 14 september 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof gehandhaafd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

14 september 2010
Strafkamer
nr. 08/04809 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 17 juni 2008, nummer 24/000078-07, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben mr. B.P. de Boer en mr. A.J. van der Velden, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.1. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak, welke in cassatie aanhangig is onder nr. 08/04808, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. De compensatie, tot welke de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, kan worden toegepast in de hoofdzaak.
3.2. Gelet hierop is er geen aanleiding om in de onderhavige zaak aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 14 september 2010.