ECLI:NL:HR:2010:BM4097
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering ontnemingsbedrag wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene had beroep in cassatie ingesteld tegen de hoogte van het opgelegde bedrag.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag en vermindert dit bedrag tot € 2.850,-. Het cassatiemiddel wordt verworpen omdat het niet leidt tot cassatie en geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, wat aanleiding geeft tot vermindering van de betalingsverplichting. De overige onderdelen van het beroep worden verworpen en de beslissing wordt op 22 juni 2010 uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: Het bedrag van de ontneming wordt verminderd tot € 2.850,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.