ECLI:NL:HR:2010:BM4212
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van artikel 285a Sr inzake beïnvloeding van getuigen zonder intimidatie
In deze zaak stond de verdachte terecht voor het beïnvloeden van getuigen in een strafzaak over een gewapende overval. Het hof had geoordeeld dat de verdachte zich opzettelijk had uitgelaten om de vrijheid van getuigen om naar waarheid te verklaren te beïnvloeden, zonder dat sprake was van intimidatie. De verdediging stelde dat intimidatie vereist was voor een veroordeling op grond van artikel 285a Sr.
De Hoge Raad oordeelde dat de tekst, strekking en wetsgeschiedenis van artikel 285a Sr geen vereiste van intimidatie ondersteunen. Het hof had daarom terecht geoordeeld dat ook andere vormen van beïnvloeding die de vrijheid om onbelemmerd te verklaren aantasten, onder deze strafbepaling vallen. De bewezenverklaringen betroffen onder meer het dicteren en overhandigen van een briefje met instructies aan een getuige en mondelinge aansporingen om niet de waarheid te spreken.
Daarnaast vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest voor zover het naliet de tijd die de verdachte in verzekering had doorgebracht in mindering te brengen op de taakstraf, conform artikel 27, eerste lid, Sr. De Hoge Raad legde een maatstaf van twee uur aftrek per dag inverzekeringstelling vast. De redelijke termijn was overschreden, maar gezien de aard en duur van de straf werd hieraan geen rechtsgevolg verbonden. Het beroep werd verder verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor beïnvloeding van getuigen zonder intimidatie en beveelt aftrek van inverzekeringstellingstijd op de taakstraf.