ECLI:NL:HR:2010:BM4376
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De Hoge Raad beoordeelt het beroep en constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg van deze termijnoverschrijding vermindert de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf met drie jaren, waardoor de straf wordt teruggebracht tot twee jaar en zeven maanden. De overige middelen van het cassatieberoep worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot vernietiging of nadere motivering.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de duur van de straf en bevestigt deze in alle overige opzichten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 7 september 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot twee jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.