ECLI:NL:HR:2010:BM4379
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. Het centrale geschil betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM tijdens de cassatiefase.
De Hoge Raad constateerde dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, wat de overschrijding van de redelijke termijn bevestigde. Als gevolg hiervan werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd met twee jaar tot een duur van een jaar en negen maanden.
De overige middelen van het cassatieberoep werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot vernietiging van het bestreden arrest. De Hoge Raad vond geen grond voor ambtshalve vernietiging en bevestigde het arrest, behoudens de strafvermindering.
De uitspraak werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 7 september 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot een jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.