ECLI:NL:HR:2010:BM5086

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03690
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 SvArt. 588 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid van hoger beroep wegens ontbreken aanwezigheid verdachte bij terechtzitting

In deze strafzaak is het hof te Amsterdam in hoger beroep overgegaan tot berechting van de verdachte bij verstek, zonder dat vaststaat dat de dagvaarding aan het in de appelakte vermelde adres is betekend. De verdachte had een ander adres opgegeven dan het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens stond ingeschreven. De dagvaarding is volgens de wettelijke voorschriften betekend aan het adres van inschrijving, maar niet aan het adres in de appelakte. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat de verdachte afstand had gedaan van zijn recht om in persoon aanwezig te zijn bij de terechtzitting.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof heeft verzuimd te onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst had moeten worden om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

De uitspraak benadrukt het belang van het aanwezigheidsrecht van de verdachte en de zorgvuldigheid die vereist is bij de betekening van dagvaardingen in hoger beroep, vooral wanneer het opgegeven adres afwijkt van het adres in de basisadministratie persoonsgegevens.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

Uitspraak

6 juli 2010
Strafkamer
nr. 08/03690
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 juni 2008, nummer 23/004972-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is door de verdachte ingesteld. Namens deze heeft mr. J.M.M. Heilbron, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt onder meer dat het Hof de zaak ten onrechte buiten aanwezigheid van de verdachte heeft afgedaan.
2.2. Bij de stukken van het geding bevinden zich:
(i) een appelakte van 2 augustus 2007 die als adres van de verdachte vermeldt: [a-straat 1] te [plaats];
(ii) een aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep van 20 mei 2008 gehecht GBA-overzicht van 28 maart 2008 dat vermeldt dat de verdachte vanaf 12 juli 2007 ingeschreven staat op het adres [b-straat 1] te [plaats];
(iii) een aan dat dubbel gehechte akte van uitreiking die inhoudt dat die dagvaarding is uitgereikt op de wijze als voorzien in art. 588, derde lid aanhef en onder c, Sv nadat op het onder (ii) genoemde adres niemand was aangetroffen;
(iv) het proces-verbaal van genoemde terechtzitting waaruit blijkt dat de verdachte aldaar niet is verschenen en dat de aanwezige raadsvrouwe niet uitdrukkelijk op de voet van art. 279 Sv Pro was gemachtigd tot verdediging van de verdachte.
2.3. Indien door of namens de verdachte bij het instellen van hoger beroep in de appelakte een ander adres is opgegeven dan dat waarop hij is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en de appeldagvaarding weliswaar volgens de wettelijke voorschriften met inachtneming van het adres waar de verdachte als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens aan de verdachte is betekend, maar deze hem niet tevens aan dat in de appelakte vermelde adres is toegezonden, kan de rechter die de zaak in hoger beroep behandelt niet op de enkele grond dat de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen aannemen dat deze van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht vrijwillig afstand heeft gedaan (vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, rov. 3.38 onder a).
2.4. Uit de stukken kan niet blijken dat de appeldagvaarding aan het in de appelakte vermelde adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Dit brengt mee dat het Hof heeft verzuimd blijk te geven te hebben onderzocht of er reden was om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen om de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de terechtzitting tegenwoordig te zijn. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.
2.5. Voor zover het middel daarover klaagt, is het gegrond.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 6 juli 2010.