ECLI:NL:HR:2010:BM5086
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van hoger beroep wegens ontbreken aanwezigheid verdachte bij terechtzitting
In deze strafzaak is het hof te Amsterdam in hoger beroep overgegaan tot berechting van de verdachte bij verstek, zonder dat vaststaat dat de dagvaarding aan het in de appelakte vermelde adres is betekend. De verdachte had een ander adres opgegeven dan het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens stond ingeschreven. De dagvaarding is volgens de wettelijke voorschriften betekend aan het adres van inschrijving, maar niet aan het adres in de appelakte. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat de verdachte afstand had gedaan van zijn recht om in persoon aanwezig te zijn bij de terechtzitting.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof heeft verzuimd te onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst had moeten worden om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.
De uitspraak benadrukt het belang van het aanwezigheidsrecht van de verdachte en de zorgvuldigheid die vereist is bij de betekening van dagvaardingen in hoger beroep, vooral wanneer het opgegeven adres afwijkt van het adres in de basisadministratie persoonsgegevens.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.