ECLI:NL:HR:2010:BM5263
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep wegens niet-ontvankelijkheid bij termijnoverschrijding hoger beroep
De verdachte werd op 4 maart 2008 door de Economische Politierechter veroordeeld. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in, maar pas op 26 maart 2008, nadat de beroepstermijn was verstreken. Het hof verklaarde hem daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De verdachte stelde in cassatie dat het stuk waarmee hij het hoger beroep instelde, weliswaar laat was ontvangen, maar dat dit niet aan hem kon worden tegengeworpen omdat het aan een verkeerde justitiële instantie was verzonden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was onderzoek te doen naar de reden van de termijnoverschrijding en dat de stelling van de verdachte geen grondslag vond in de stukken.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep blijft in stand.