ECLI:NL:HR:2010:BM5284
Hoge Raad
- Cassatie
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over bermmaaisel als afvalstof in milieuzaken
In deze strafzaak ging het om de vraag of bermmaaisel als afvalstof moet worden aangemerkt in het kader van de Wet milieubeheer. De verdachte was veroordeeld tot een geldboete van €1000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 september 2008. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, maar verbond hieraan geen rechtsgevolg gezien de aard van de opgelegde straf en de mate van overschrijding.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd ambtshalve beoordeeld en verworpen.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen en uitgesproken op 28 september 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.