ECLI:NL:HR:2010:BM5284

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00686 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel over bermmaaisel als afvalstof in milieuzaken

In deze strafzaak ging het om de vraag of bermmaaisel als afvalstof moet worden aangemerkt in het kader van de Wet milieubeheer. De verdachte was veroordeeld tot een geldboete van €1000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 september 2008. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, maar verbond hieraan geen rechtsgevolg gezien de aard van de opgelegde straf en de mate van overschrijding.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd ambtshalve beoordeeld en verworpen.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen en uitgesproken op 28 september 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

28 september 2010
Strafkamer
nr. 09/00686 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 9 september 2008, nummer 20/002182-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep.
Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 1000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 september 2010.