ECLI:NL:HR:2010:BM5846

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04072
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van schadevergoeding wegens nietig beslag onder Antilliaans recht

In deze zaak stond de vraag centraal of een nietig beslag onrechtmatig is en of de daardoor ontstane schade voldoende aannemelijk is gemaakt om een vordering tot verwijzing naar een schadestaatprocedure toe te wijzen. De zaak betreft toepassing van het oude Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen en Aruba.

De procedure begon bij het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, waarna het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba in hoger beroep oordeelde. Verzoekster stelde dat het beslag onrechtmatig was en vorderde schadevergoeding. Het hof wees de vordering af omdat de schade onvoldoende aannemelijk was gemaakt.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verzoekster verworpen. De klachten in het cassatiemiddel konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Verzoekster werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoekster wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

10 september 2010
Eerste Kamer
08/04072
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
gevestigd op Sint Maarten, Nederlandse Antillen,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende op Sint Maarten, Nederlandse Antillen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak AR 135/05 van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten van 17 januari 2006;
b. het tussenvonnis in de zaak AR 135/05 - H 336/06 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 31 augustus 2007;
c. het eindvonnis in de zaak AR 135/05 - H 336/06 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 20 juni 2008.
Het vonnis van het hof van 20 juni 2008 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindvonnis van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor [verzoekster] toegelicht door mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk en mr. M.W.E. Lohman, beiden advocaat bij de Hoge Raad, en voor [verweerster] door haar advocaat en mr. H.J.W. Alt, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 351,65 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 september 2010.