ECLI:NL:HR:2010:BM5958
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ondertekende en niet-ondertekende conclusies van dupliek in civiele procedure
In deze civiele procedure stond de vraag centraal welke versie van de conclusie van dupliek rechtsgeldig is wanneer er verschillen zijn tussen een ondertekend exemplaar in het dossier van de wederpartij en een niet-ondertekend exemplaar in het dossier van de eigen partij.
De feiten betreffen een geschil tussen eiser en verweerster waarbij het hof constateerde dat de niet-ondertekende conclusies van dupliek van eiser en zijn medegedaagde afweken van de wel ondertekende exemplaren in het dossier van verweerster. Het hof besloot dat alleen de ondertekende exemplaren rechtsgeldig waren, conform artikel 83 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Eiser stelde in cassatie dat het hof had moeten onderzoeken wat de aard en het belang van de verschillen waren, maar de Hoge Raad verwierp dit middel. De Hoge Raad bevestigde dat op niet-ondertekende conclusies geen acht kan worden geslagen en dat het hof de juiste rechtsregel toepaste.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde eiser in de kosten van het geding, die aan de zijde van verweerster op nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat alleen ondertekende conclusies van dupliek rechtsgeldig zijn.